Er is beslag gelegd, wat nu?

Als u uw rekeningen niet op tijd betaalt, kunt u te maken krijgen met beslag op uw inkomen of toeslag.

Als u een schuld heeft kan dit worden ingehouden op uw lopende uitkering of loon.  Uw uitkeringsinstantie of werkgever maakt dan een deel van uw uitkering of loon over aan de beslaglegger. U ontvangt dan minder uitkering of loon, want u betaalt hiermee een deel van uw schuld af.

Soms kan er beslag gelegd worden op meerdere inkomstenbronnen. Bijvoorbeeld als u inkomen ontvangt van verschillende werkgevers of (uitkerings)instanties. 

Andere vormen van beslag

Er zijn verschillende beslagvormen. Bij een inkomensvordering wordt beslag gelegd op uw loon of uitkering. Het kan ook voorkomen dat er beslag op uw kindgebonden budget, huur- of zorgtoeslag wordt gelegd. Of op een bedrag dat u terugkrijgt van de Belastingdienst. Als er beslag wordt gelegd op uw betaalrekening, dan is er sprake van een overheidsvordering.

Op uw modelmededeling beslagvrije voet staat vermeld met welk soort beslag u te maken heeft. Ga voor meer informatie over de verschillende beslagvormen naar de website van de Belastingdienst.

Niet iedereen mag beslag leggen

Deurwaarders of schuldeisers mogen niet zomaar beslag leggen op uw inkomen. De beslaglegger moet daarvoor bijvoorbeeld toestemming hebben van een rechter. Dit betekent dat hij moet beschikken over een vonnis, een dwangbevel, een beschikking of een notariële akte.

De beslagvrije voet

Als er beslag is gelegd op uw inkomen moet er een minimum bedrag overblijven om in de basiskosten van uw levensonderhoud te voorzien. Daar heeft u recht op. Daarom houdt u altijd een minimum bedrag over van uw inkomen. Dit is uw beslagvrije voet. Het bedrag boven de beslagvrije voet wordt verdeeld onder de schuldeisers om uw schulden af te betalen.

Vragen en antwoorden over beslaglegging

Heeft u een andere vraag? Ga naar het overzicht van de vragen en antwoorden over de beslagvrije voet.