De overgangsperiode van de nieuwe wetgeving

Vanaf 1 januari 2021 geldt de nieuwe wetgeving voor de beslagvrije voet. Voor beslagen die na 1 januari 2021 worden gelegd gelden de nieuwe regels voor de berekening van de beslagvrije voet. 

Voor beslagen die vóór 1 januari 2021 zijn gelegd, blijft in 2021 de eerder vastgestelde beslagvrije voet gelden. Verandert uw situatie of wilt u dat uw beslagvrije voet opnieuw berekend wordt? Neem dan contact op met uw beslaglegger.

Wat verbetert met de nieuwe wetgeving?

Door de nieuwe wetgeving hoeft u geen of minder gegevens aan te leveren voor de beslagvrije voet. De beslaglegger gebruikt een landelijk systeem voor de berekening. U kunt de beslagvrije voet ook zelf controleren met een rekentool. Bij meerdere beslagleggers is er één aanspreekpunt voor u, de coördinerende deurwaarder. 

Overgangsperiode

Voor de berekening van de beslagvrije voet gebruiken beslagleggers gegevens uit de Basisregistratie Personen (eerder het bevolkingsregister) en UWV Polisadministratie (waarin staat wie welk inkomen heeft). 

De Wet vereenvoudiging beslagvrije voet trad op 1 januari 2021 in werking. Vanaf dat moment kunnen nog niet alle organisaties de beslagvrije voet op de nieuwe wijze berekenen. Deze organisaties zullen het eerste half jaar nog de oude berekeningswijze gebruiken. Zij houden zich wel aan de beslagvrije voet: het minimum bedrag dat nodig is voor noodzakelijke kosten voor levensonderhoud.

Vanaf 1 juli 2021 berekenen alle organisaties uw beslagvrije voet via het landelijke systeem. Dan wordt de beslagvrije voet in alle gevallen op dezelfde nieuwe manier vastgesteld. Voor de beslagvrije voet die voor 1 januari 2021 is vastgesteld, geldt nog dat de oude berekeningswijze is gebruikt. De beslagvrije voet wordt in de loop van 2021 automatisch door de beslaglegger aangepast volgens de nieuwe wet.

Vraag en antwoord

Heeft u een andere vraag? Ga naar het overzicht van de vragen en antwoorden over de beslagvrije voet