Woonkosten

Heeft u een huurwoning of een koopwoning? Dan neemt de beslaglegger altijd een standaardbedrag voor woonkosten mee in de berekening van de beslagvrije voet. Dat doet de beslaglegger door te kijken naar gegevens over uw inkomen en met wie u samenwoont.

Het is belangrijk om uw gegevens goed te controleren. Is uw situatie gewijzigd of kloppen de gegevens niet? Neem dan contact op met de beslaglegger. Misschien moet uw beslagvrije voet worden aangepast. Laat de beslaglegger zien wat uw extra woonkosten zijn, bijvoorbeeld met rekeningen of contracten die u heeft ontvangen.

U kunt zelf de beslagvrije voet controleren via controleer uw gegevens. Daarvoor gebruikt u de modelmededeling en uw eigen gegevens.

Wanneer heeft het zin om uw woonkosten zelf te berekenen?

Woonkosten worden alleen meegerekend als u een koopwoning of een huurwoning heeft en u niet in een instelling voor verpleging of verzorging zit. Ook moet u minimaal 5% van u inkomsten gebruiken voor het afbetalen van uw schulden. U kunt dus geen hogere beslagvrije voet krijgen als u daardoor minder dan 5% van uw inkomsten gaat aflossen.

Op basis van uw inkomen kan de beslagvrije voet (tijdelijk) worden verhoogd. Dat kan in de volgende situaties:

  • U heeft een hoog inkomen en het bedrag van de beslagvrije voet is niet genoeg om uw woonkosten voor uw koop- of huurwoning te kunnen betalen. Dan kan de beslagvrije voet misschien worden verhoogd voor 6-12 maanden als u in die periode uw schuld kunt afbetalen. Neem hierover contact op met de beslaglegger. Een hoog inkomen is voor alleenstaanden zonder kinderen minstens € 33.839,37. Voor anderen is een hoog inkomen minstens € 44.234,20.
  • Heeft u een koopwoning, maar houdt u niet genoeg geld over om u woonkosten te kunnen betalen? Dan kan de beslagvrije voet misschien worden verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de huurtoeslag die u zou ontvangen als u een huurwoning zou hebben. Neem hierover contact op met de beslaglegger.

Wat zijn de woonkosten bij een huurwoning?

Heeft u een huurwoning, dan zijn woonkosten de huur die u per maand betaalt zonder de kosten voor gas, water en licht.

Betaalt u naast de huur ook servicekosten, dan kunt u deze ook mee laten tellen als woonkosten. De servicekosten zijn kosten die alle bewoners samen betalen voor bijvoorbeeld:

  • Lift, licht, ventilatie en alarm
  • Schoonmaak
  • Onderhoud
  • Huismeester

U mag voor de berekening van de beslagvrije voet per onderdeel maximaal 12,- euro per maand opgeven. Dat is dus maximaal 48,- euro per maand in totaal.

Heeft u nog andere kosten die u aan de verhuurder moet betalen? Dan kunt u deze ook laten meetellen bij de berekening van de beslagvrije voet. Neem hierover contact op met de beslaglegger om te kijken of uw beslagvrije voet dan moet worden aangepast.

Wat zijn de woonkosten bij een koopwoning?

Heeft u een koopwoning, dan zijn woonkosten de hypotheekrente die u maandelijks betaalt. De aflossing telt niet mee.

Heeft u andere kosten die u moet betalen voor uw koopwoning? Dan kunt u deze ook laten meetellen bij de berekening van de beslagvrije voet. Het gaat dan om de kosten voor:

  • Erfpacht
  • Opstalverzekering
  • Vereniging van Eigenaren (VVE), zonder het voorschot dat de VVE u berekent voor eventuele nutsvoorzieningen zoals gas en elektriciteit
  • Klein onderhoud, zoals voor het laten vervangen van raamkozijnen of het laten uitvoeren van schilderwerk

Deze andere kosten mogen tot maximaal 0,057% van de WOZ-waarde van uw woning worden meegeteld. Voorbeeld: is uw WOZ-waarde 200.000 euro dan mag u 114 euro meetellen voor het berekenen van de beslagvrije voet. De WOZ-waarde vindt u op de WOZ-beschikking die u ontvangt van uw gemeente.